'Betalen
voor financieel advies: Uurtarief in opkomst'
Nieuwe ontwikkelingen
door verplichte transparantie
Consumenten krijgen in de toekomst steeds
vaker de vraag voorgelegd, hoe zij voor financieel advies willen betalen. Op
provisiebasis (de klassieke wijze), op basis van uurtarief of een vast tarief.

Daar zal de
Nederlandse consument aan moeten wennen. Nu weet hij niet beter of hij kan
gratis advies inwinnen over bijvoorbeeld een hypotheek of pensioenvoorziening.
Echt gratis is dat advies natuurlijk niet. In werkelijkheid krijgt de adviseur
zijn geld in de vorm van een provisie van de hypotheekverstrekker of
verzekeraar. Nu sinds 1 april adviseurs de consument moeten vertellen hoeveel provisie
ze op dat product krijgen, begint er een kentering te komen. Het uurtarief is
in opkomst.
Aanleiding voor alle
vernieuwing is dat het inmiddels wel bewezen risico bestaat dat tussenpersonen
zich bij advisering laten leiden door de afsluitprovisie die zij ontvangen en
te weinig door het belang van de klant. Adviseurs zijn immers vaak gewoon
verkopers die voor hun bemiddeling een vergoeding van banken, verzekeraars of
geldverstrekkers krijgen. Deze instellingen hebben de provisie die zij betalen
in hun tarieven ingebouwd. Zodoende krijgt de consument niet rechtstreeks een
nota met de advieskosten, maar uiteindelijk betaalt hij er evengoed voor.
„Een consument die op
zoek is naar een goede hypotheek zit eigenlijk met twee vragen”, zegt
financieel planner Kapé Breukelaar. „Wat is voor mij de beste
hypotheekconstructie en welk product past daar dan het beste bij? De vraag is
dus allereerst om een goed advies en daarna om een goed product.”
„De adviseur die werkt
op provisiebasis wordt betaald door de financiële instelling waar het product
afgesloten wordt. Daarbij komt de adviseur in de verleiding om dat product te
adviseren waar hij het meeste aan verdient. Een beleggingshypotheek levert nu
eenmaal meer provisie op dan een aflossingsvrije hypotheek en het afsluiten van
een nieuwe levensverzekering levert meer op dan het voortzetten van de polis
die de consument al jaren heeft. Je loopt dus als klant het risico dat je niet
alleen een relatief duur product krijgt, maar ook een verkeerd advies.”
„Een hypotheekadvies
op urenbasis is simpelweg een betere waarborg voor een goed advies en een
aantrekkelijk bijpassend product”, zegt Breukelaar. „Dat een adviseur uren
schrijft, is nog geen garantie voor een goed advies, maar wel een gezonder
uitgangspunt.”
Maatpak
Dat de consument nu
nog erg aanhikt tegen betaald advies begrijpt Robert Borrenbergs, financieel
adviseur van De Heeren van Leyden, wel. Dat komt volgens hem vooral door
onbekendheid met uurtarief. Met het betalen per uur is naar zijn stellige
overtuiging de consument evenwel beter af: „De adviseur is dan immers in dienst
van de klant. Van die klánt krijgt hij zijn geld en níét van de verzekeraar of
hypotheekverstrekker, zoals bij provisie het geval is”, verklaart Borrenbergs.
„Als de klant mij betaalt, gedraag ik me anders dan wanneer een ander me
betaalt. Uurtarief en afsluitprovisie verhouden zich tot elkaar als een maatpak
tot confectie. Betaald advies is een maatpak: als financieel adviseur zorg je
ervoor dat de klant die jou betaalt de hypotheekconstructie krijgt die hem het
beste past. Werk je op basis van provisie, dan heb je eerder de neiging het
hypotheekproduct te adviseren waaraan je als adviseur het meest verdient.”
Het uurtarief
schommelt zo tussen de 100 en 150 euro per uur, gemiddeld circa 120 euro.
Vergelijken loont dus. Er zijn bovendien adviseurs die het eerste uur, of iets
langer, geen kosten in rekening brengen.
Overigens is niet
iedereen uitgesproken fan van het ’uurtje factuurtje’-model: HarrieJan van
Nunen van de Financiële Makelaar is een voorstander van het provisiemodel.
„Voorheen kon je als klant bij een onbeperkt aantal adviseurs om advies vragen,
en dan het beste aanbod eruit pikken. De andere adviseurs bleven met lege
handen staan. Nu zul je voor een second en third opinion moeten betalen”, zegt
hij.
Volgens Van Nunen zal
dat ervoor zorgen dat consumenten dat niet zo snel zullen gaan doen, en dus het
risico lopen met een verkeerd advies te worden opgezadeld. „Zelfs dat advies
dat je van die éne adviseur krijgt, wil je natuurlijk zo snel mogelijk
uitgelegd hebben, want hoe langer dat duurt, hoe meer dat kost. Onduidelijk is
bovendien hoeveel niet-zichtbare uren worden gerekend.”
De verstandhouding
tussen adviseur en klant verzakelijkt eveneens door het uurtarief, meent hij. „Daar
waar je voorheen bijvoorbeeld bij je belastingaangifte voor april nog even
binnen kon lopen en om hulp bij het invullen van de hypotheekrenteaftrek kon
vragen, zal de adviseur daar nu in veel gevallen een tarief voor rekenen.”
Van Nunen bestrijdt overigens
hartgrondig het beeld dat de tussenpersoon te snel geneigd zou zijn de oren
naar de bank of verzekeraar te laten hangen in het provisiemodel: het doel van
iedere adviseur is de klant zo goed mogelijk van dienst te zijn. De wijze van
beloning maakt voor mij hierin geen verschil!”
Ten slotte zijn er nog
wat praktische bezwaren die Van Nunen vooralsnog de voorkeur doen geven aan het
provisiemodel. Zo zijn er volgens hem nog weinig financiële producten zonder
ingebouwd provisie-element. De adviseur die een uurtarief rekent, zal dus de
ingebouwde provisie retour moeten geven aan de klant. „Maar doet hij dat ook?”
Copyright (c) 2009 De Telegraaf
|