SPA-informatie gebrekkig
Pensioen geldt als een complexe materie. Dat hoeft geen probleem
te zijn, als de informatie erover voor de deelnemer aan een pensioenfonds
maar duidelijk en begrijpelijk wordt weergegeven. Dat is echter
het probleem bij veel pensioenfondsen, ook bij de Stichting Pensioenfonds
Apothekers (SPA).
Robert M.R. Borrenbergs
Op 2 december 2000 verscheen in Het Financieele Dagblad een groot
artikel over de vaak gebrekkige communicatie van pensioenfondsen
en verzekeraars met hun verzekerden [1].
Daarin werd melding gemaakt van een steekproef door de Consumentenbond.
Die vroeg 1100 mensen naar hun ervaringen met pensioenfondsen
en verzekeraars. Uit die steekproef bleek de basaalste vragen
niet altijd bevredigend beantwoord worden.
Voorbeelden van deze vragen zijn:
Welk bedrag ontvang ik per jaar van het pensioenfonds zodra
ik met pensioen ga?
Welk bedrag ontvangen mijn partner en/of mijn kinderen
aan nabestaandenpensioen als ik morgen of tijdens mijn pensioen
overlijd?
Hoe staat het eigenlijk met de informatieverstrekking door het
pensioenfonds van de apothekers: de SPA? Geeft het op een heldere
en eenduidige wijze antwoord op de boven-genoemde vragen?
Het Nederlandse pensioensysteem
Het pensioenstelsel in Nederland kunt u vergelijken met een "pensioengebouw"
bestaande uit drie verdiepingen:
1e etage: pensioen via de overheid (onder andere Algemene
ouderdomswet en Algemene nabestaandenwet);
2e etage: pensioen via de werkgever/pensioenfonds (de SPA
bijvoorbeeld);
3e etage: pensioen via privé getroffen voorzieningen
(onder andere lijfrenteverzekeringen).
De SPA laat de pensioenregeling uitvoeren door een verzekeraar:
Nationale Nederlanden. De adviseur van het SPA-bestuur is William
M. Mercer Ten Pas B.V.
SPA pensioenpremie en dekking
De SPA vraagt aan de apotheker een premie waarmee een vermogen
wordt opgebouwd dat vanaf pensioendatum als ouderdomspensioen
zal worden uitgekeerd. Hoe hoog die uitkeringen zullen zijn, hangt
af van het rendement dat het pensioenfonds maakt en de betaalde
premies. Bovendien verzekert de SPA een gegarandeerd inkomen voor
de nabestaanden zodra de apotheker overlijdt (weduwe-, weduwnaars-
en wezenpensioen).
Uitgaande van een zelfstandig gevestigde apotheker, gehuwd
zonder kinderen, ziet de premie er als volgt uit:
A. Basispremie van € 9.075,- per jaar
B. Extra premie van € 1.360,-, als hij eerder (op een leeftijd
van 60 jaar in plaats van 62) met pensioen wilt gaan.
C. Extra premie van € 2.609,- (25% van de premies A en B)
voor het verzekeren van een aanvullend nabestaandenpensioen als
hij na zijn pensionering overlijdt.
Totale jaarpremie € 13.044,-.
Wat met de premie verzekerd wordt, kan het beste duidelijk worden
gemaakt aan de hand van een aantal denkbare situaties.
Situatie 1. De apotheker haalt de pensioenleeftijd niet,
hij overlijdt voor zijn 60e.
De partner van de apotheker ontvangt levenslang € 22.689,-
bruto per jaar aan nabestaanden-pensioen van de SPA. Dit is in
het algemeen voldoende als de apotheker een jaarinkomen had van
niet meer dan € 45.000,- .
Gezien het feit dat het gemiddelde inkomen van een zelfstandige
apotheker beduidend hoger is, dient hij zich ernstig af te vragen
of de nabestaanden wel voldoende verzorgd achterblijven als hij
morgen zou overlijden. Wij denken dat velen zullen schrikken van
de uitkomst. Het kan geen kwaad zichzelf eens de volgende vragen
te stellen:
blijft er een hypotheekschuld over?
hoeveel zal de zaak opbrengen?
hoeveel ontvangt de nabestaande uit privé getroffen
voorzieningen zoals een overlijdensrisicoverzekering, een beleggingsportefeuille,
de verkoop van
een beleggingspand?
Situatie 2. De apotheker wordt 60 en gaat met pensioen
Hoeveel de apotheker aan ouderdomspensioen van de SPA ontvangt,
moet eenvoudig uit de pensioenopgave af te leiden zijn. De praktijk
leert helaas dat de SPA er niet slaagt deze basisinformatie op
een duidelijke wijze aan haar klanten te leveren.
Het antwoord op deze vraag is namelijk heel belangrijk. Want als
de apotheker niet precies weet wat hij bij de SPA opbouwt, kan
hij ook niet weten of er sprake is van een pensioengat.
Als er een pensioentekort is, is het zaak dat zo vroeg mogelijk
aan te vullen, want dan is het nog betaalbaar.
Situatie 3. De apotheker wordt 60 en gaat met pensioen,
maar overlijdt kort daarna.
Stel, hij overlijdt drie maanden na pensionering. De ouderdomspensioenuitkering
stopt. De nabestaanden ontvangen niets van de SPA. Maar die €
22.689,- dan? Die wordt alleen uitgekeerd als de apotheker vóór
zijn 60e was overleden. Zie hiervoor onder "situatie 1".
De pensioenpot die de apotheker met al zijn jaarpremies heeft
opgebouwd, valt toe aan de SPA. Dat zal overigens in de hier geschetste
situatie al gauw gaan om een bedrag van meer dan € 450.000,-!
De apotheker kan bij de SPA echter op twee manieren voorkomen
dat zijn nabestaanden in deze situatie helemaal met lege handen
komen te zitten:
1. Weduwe- weduwnaars-, en wezenpensioen aanvullend verzekeren.
SPA vraagt voor deze verzekering (Partnerpensioenkeuze) een extra
premie van € 2.609,-- per jaar. Op de vraag hoeveel aanvullend
partnerpensioen met die extra premie wordt verzekerd, is de SPA
wederom onduidelijk richting haar klanten. Op de pensioenopgave
staat het niet aangegeven, terwijl toch elk jaar aan de apothekers
wordt gevraagd dit niet geringe bedrag te betalen.
2. Een deel van het ouderdomspensioen na het 60e levensjaar omruilen
voor een partnerpensioen. Hierom dient men de SPA per aangetekend
schrijven te verzoeken. Deze omruil verlaagt overigens wel de
uitkering aan ouderdomspensioen. Maar hoeveel dan? Voor de pensioenplanning
is dit een heel begrijpelijke vraag waarop de SPA alweer geen
duidelijk antwoord geeft.
Pensioeninformatie SPA schiet tekort
De heer P. de Wind, bestuursadviseur van de Nederlandse Bond van
Pensioenbelangen, heeft eens in een interview met de Consumentengids
gezegd, dat pensioenfondsen de morele plicht hebben goede voorlichting
te verstrekken vanwege de verplichte deelname [2].
De SPA slaagt er helaas niet in om pensioeninformatie aan haar
klanten (in pensioenland "deelnemers" genoemd) op een
heldere en eenvoudige wijze over te brengen.
Laten we beginnen met de pensioenopgave te bekijken die iedere
apotheker jaarlijks ontvangt. Daarin wordt veelvuldig verwezen
naar artikelen uit het pensioenreglement. Omdat het pensioenreglement
voor een leek moeilijk leesbaar is (bevat veel pensioenjargon),
verstrekt de SPA een brochure. Maar ook die brochure helpt de
klant niet aan duidelijke antwoorden. In de praktijk blijkt dat
de brochure en de pensioenopgave niet logisch naar elkaar verwijzen.
We lichten een gedeelte van een pensioenopgave (situatie per
01-01-2000) eruit, zoals veel apothekers die hebben ontvangen.
Voor alle duidelijkheid, we hebben het hier over het pensioenonderdeel
dat op het "Keuzeformulier 2001 gevestigd apotheker"
staat vermeld als "Partnerpensioenkeuze". Wij hebben
dit dekkingsonderdeel hiervoor ook reeds kort besproken.
Opbouw pensioenkapitaal ten behoeve van nabestaandenpensioen
na beëindiging deelnemersschap
| |
Premie - art. 4 |
Bedrag |
| Opgebouwd per 1 januari |
|
€ 0,00 |
| - art. 10 lid 3 (winst) |
|
€ 0,00 |
| - premie art. 4 lid 3 |
€ 2.609,00 |
€ 298,00 |
| Totaal |
|
€ 298,00 |
Het enige duidelijke hier is de premie die de desbetreffende
apotheker moet betalen, namelijk € 2.609,-- per jaar voor
een nabestaandenpensioen.
De kernvraag is: wat ontvangt de nabestaande/partner als de apotheker
morgen of tijdens zijn pensioen zou overlijden?
Het pensioenreglement of de brochure geeft hierop geen eenvoudig
en duidelijk antwoord. Nationale Nederlanden is hierover om specifieke
informatie gevraagd en het blijkt dat de gevolgen en de mogelijkheden
voor de apotheker veel groter te zijn dan je op het eerste gezicht
uit de pensioenopgave kunt afleiden.
Als deze apotheker ná zijn pensionering overlijdt, blijkt
de partner zo'n € 21.780,-- per jaar te ontvangen (prognose).
Maar hij kan er ook voor kiezen om de opgebouwde waarde niet als
aanvullend nabestaandenpensioen te gebruiken, maar als aanvulling
op zijn ouderdoms-pensioen. Kiest hij voor deze laatste optie,
dan ontvangt hij een extra ouderdomspensioen van zo'n € 5.445,--
(prognose) per jaar.
En wat betekent die € 298,-? Dat blijkt een extra uitkering
voor de partner te zijn die deze jaarlijks zal ontvangen als de
apotheker vóór zijn pensionering overlijdt. De hoogte
van deze uitkering stijgt omdat deze afhangt van de waarde die
met de premie wordt opgebouwd.
Nationale Nederlanden wil voor pensioenvragen nog wel eens doorverwijzen
naar de directeur van de SPA, A. van Zijl. Van Zijl kan echter,
als praktiserend apotheker, moeilijk in staat worden geacht persoonlijke
pensioenvragen adequaat te beantwoorden. En William M. Mercer
ten Pas BV dan? Dat is per slot van rekening dé adviseur
van het SPA-bestuur. Dit bedrijf wordt echter niet aan de apothekers
als de vraagbaak gepresenteerd. Het is er kennelijk alleen voor
het SPA-bestuur.
De pensioenregeling van apothekers is op zichzelf niet zo complex,
maar lijkt dat wel door de onduidelijke informatie en gebrekkige
informatievoorziening. De SPA zou zich deze kritiek zeker moeten
aantrekken, niet alleen omdat de apotheker recht heeft op professionele
voorlichting maar ook omdat hij elk jaar een fors bedrag investeert
in zijn pensioen. De ongeveer twaalfhonderd zelfstandig gevestigde
apothekers maken ieder jaar toch minstens
€ 9 miljoen over naar de SPA!
Hoewel de SPA best wat te verwijten valt, is het ook de vraag
of de apothekers voldoende zijn geïnteresseerd in hun pensioen.Als
je kijkt naar de betekenis en de gevolgen van pensioen, is het
veel te belangrijke materie om er onverschillig over te zijn.
Het gaat om een hopelijk onbezorgde oude dag en financieel goed
verzorgde nabestaanden bij onverhoopt overlijden.
Copyright (c) 2001 Pharmaceutisch Weekblad |